pleidooi voor het benutten van het lichaam binnen trainingen
door:
André R. van Nieuwenhuizen
en Dirk Vollenhoven
Voelen en denken
Voelen en denken lijken in onze ervaring vaak ver uit elkaar te liggen. Beide zijn echter kanten van dezelfde medaille en in het lichaam verankerd.
Binnen organisaties heeft het denken de overhand en is er weinig ruimte voor emoties. Door de hoge werkdruk overschrijden veel werknemers met regelmaat fysieke en emotionele grenzen. Dit heeft een aantal consequenties: stress symptomen, burnout, RSI, vage klachten, lichamelijk ongemak of gewoon geen fut meer. Sterke emotionele reacties dus. Met een lichaamsgerichte aanpak ben je als trainer in staat om de emotie te betrekken in het zelfonderzoek van de deelnemers zonder in de hoek van ‘therapie’ terecht te komen. Het kennen van de eigen emotie is immers essentieel in stressvolle situaties.
Gebruikelijke trainingsmethodiek
Er zijn veel trainingen ontwikkeld waarin men op allerlei manieren tracht om mensen tegen stresssymptomen te wapenen. Wat voor methode er ook aan ten grondslag ligt, deze trainingen beloven vrijwel altijd hetzelfde: deelnemers krijgen meer energie en raken (weer) gemotiveerd om zaken aan te pakken; de levenswijze verbetert en daarmee de lichamelijke gezondheid; mensen ervaren meer controle over eigen werk en worden assertiever; mensen nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen gedrag en communiceren effectiever.
De trainingsmethoden die binnen het bedrijfsleven gangbaar zijn, hebben veelal een benadering die is gebaseerd op cognitief-wetenschappelijke modellen afkomstig uit de behavioristische stroming binnen de gedragswetenschappen. Trainingen focussen op mentale modellen en inzicht, concreet gedrag, technieken en vaardigheden. Dit soort methodieken heeft een specifiek nadeel. Het succes hiervan vereist namelijk enig reflectief vermogen, een vaardigheid die bij veel mensen niet vanzelfsprekend aanwezig is.
Reflectief vermogen en feedback
Reflectief vermogen staat voor bewustzijn en inzicht ten aanzien van eigen gedrag: waar liggen mijn sterke kanten en waar zou ik mijzelf kunnen en willen veranderen? Hoe komt het eigenlijk dat ik mijzelf gedraag zoals ik mijzelf gedraag? Hoe zijn mijn gedragsneigingen ontstaan? Welke behoeften heb ik eigenlijk?
In trainingen blijkt telkens weer dat dit soort vragen betrekkelijk weinig oplevert. Heel veel deelnemers zijn niet in staat hier heldere antwoorden op te geven. Ten aanzien van hun gedrag ontbreekt een referentiekader om het eigen gedrag te beoordelen. Het ‘gaat zoals het gaat’ en er is geen reden om ook maar iets te veranderen. Feedback is nodig om mensen in beweging te krijgen.
Feedback komt meestal van buitenaf. Een functioneringsgesprek met een leidinggevende, collega’s die commentaar geven of een ontevreden klant. Dit soort feedback wordt snel gezien als een aanval, wat resulteert in verdediging en weerstand.
Maar er bestaat ook feedback die van binnenuit komt. Het lichaam geeft voortdurend signalen af; als iemand verlegen wordt, krijgen zijn wangen kleur en houdt hij zijn ogen wat naar beneden gericht. Ook stress is vaak van iemands gezicht af te lezen. Deze signalen kunnen leiden tot allerlei starre overtuigingen en repeterende gedachten. Gedachten die ons afhouden van de dingen waar we eigenlijk mee bezig moeten zijn. Vandaar dat we de signalen dikwijls negeren. We ‘schieten in ons hoofd’ en houden ons vast aan de (door onszelf of de omgeving) gestelde prioriteiten, we zetten door en houden vol of soms besluiten we om af te haken. We reageren te laat en rigide. Als we in staat zijn om deze signalen tijdig op hun waarde te schatten dan wordt het lichaam een deel van onze bewuste ervaring en een bron van feedback.
Wat de deelnemer er wijzer van wordt.
De feedback die het lichaam ons geeft is een krachtig instrument om te gebruiken in trainingen, om deelnemers bewust te maken van hun gedrag. Binnen gedragsgerichte trainingen wordt daarom steeds vaker gebruik gemaakt van lichaamsgerichte oefeningen.
Er is een heel scala aan oefeningen waarmee je even zovele doelen kunt bereiken: de interactie in een groep vergroten of de deelnemers juist in zichzelf laten keren, onderzoeken hoe deelnemers op elkaar reageren of juist een onderzoek naar eigen emoties. En bijvoorbeeld ervaren wat het effect van die emotie is op je motivatie. Het gaat daarbij altijd om de persoonlijke, directe, lijfelijke ervaring. Een bron van feedback uit onverdachte hoek: immers, het lichaam liegt nooit. Als voorbeeld beschrijven we kort een oefening om weerstanden bewust te worden.
In een training wordt de deelnemers gevraagd om een nogal ongemakkelijke houding aan te nemen en deze zo lang mogelijk vol te houden. In de aangegeven houding ervaart de deelnemer weerstand. Het fysieke proces dat nu ontstaat heeft zijn weerslag in het bewustzijn van de deelnemer. Deze neemt spanning in de spieren waar, pijn wellicht maar vooral vormen zich gedachten over die ervaring: ‘wat een onzin’ of juist ‘volhouden, laat je niet kennen’. Of geraffineerder: ‘hier doe ik niet aan mee’ of ‘deze oefening deugt niet’. Deze gedachten weerspiegelen in grote mate de manier waarop de deelnemer in het dagelijkse leven omgaat met weerstand en de eigen (werk)motivatie . In de uitwisseling die volgt op de oefening delen de deelnemers hun ervaring en zorgt de trainer voor een koppeling met de praktijk: herken je dit soort ervaringen bij veranderingen in de werksituatie? En hoe ‘waar’ is je eigen reactie? Wat vind je van andere reacties?
Doordat de oefening zich op gevoels- en ervaringsniveau afspeelt is het voor de deelnemer een directe, persoonlijke ervaring die niet eens perse uitgesproken hoeft te worden om toch de functie als feedback te hebben. Het is met enige goede wil - en standvastige begeleiding van de trainer - vrij gemakkelijk om de vertaalslag te maken naar de werksituatie. Stel je komt in je werk in een vergadering voor een nare verrassing, in een conflict of iets dergelijks, dan is het heel voorstelbaar dat de ervaring uit de lichaamsgerichte oefening heel levend voor je is en je in staat bent op een andere manier te reageren. Wat dat precies is, is niet te voorspellen. Maar het feit dat je reageert op basis van je eigen emoties vergroot de kans aanzienlijk dat de situatie vervolgens veel minder stressvol zal zijn. Dat is een echt resultaat.
Steeds meer deelnemers blijken welwillend tegenover dit soort oefeningen te staan en uit ervaring van veel trainers die lichaamsgericht werken, blijkt het in een groeiende behoefte te voorzien. De verwachting is dat het komende decennium een lichaamsgerichte aanpak van trainingen steeds populairder zal worden. Het beheersen van dit ‘lichaamsgericht-gereedschap’ vereist echter van de trainer andere vaardigheden en inzichten.
Wat de trainer moet weten.
Het is niet eenvoudig om zonder meer gebruik te maken van lichaamsgerichte oefeningen. Het vereist nogal wat inzicht, didactische vaardigheden maar vooral eigen ervaring. Zonder eigen ervaring is het voor trainers moeilijk om zich in te leven in de, vaak niet uitgesproken, ervaringen die deelnemers opdoen tijdens lichaamsgerichte oefeningen. Tot op heden is het voor trainers min of meer onmogelijk geweest om zich op het gebied van lichaamsgerichte trainingsmethoden te bekwamen.
Het wachten is op een opleiding waarin trainers zich kunnen bekwamen in de toepassingsmogelijkheden van lichaamsgerichte methoden.
André van Nieuwenhuizen is organisatiepsycholoog, is één van de partners binnen DFG.
Dirk Vollenhoven is zelfstandig organisatie adviseur en associate bij DFG.